Whatsapp Facebook LinkedIn RSS feed

Engerlingen in de grasmat: zo pak je hoge druk effectief aan

ADVERTORIAL
PRODUCTNIEUWS
Facebook Linkedin Whatsapp
Marijn Keizers, woensdag 3 juni 2026
149 sec


Een geïntegreerde aanpak voor greenkeepers en sportveldbeheerders

Wie een grasmat beheert, kent het beeld: bruine plekken die niet reageren op beregening, graszoden die loslaten als een tapijt, en kraaien die greens en fairways openwerken. De boosdoener: engerlingen. Deze larven van meikevers, junikevers en rozenkevers vreten onzichtbaar aan de wortels, tot de schade plotseling zichtbaar wordt. En dan is het vaak al te laat voor een eenvoudige oplossing.


De secundaire schade — vogels en dassen die de zode kapot trekken op zoek naar eiwitrijke larven — is op greens en sportvelden vaak nog ingrijpender dan de wortelvraat zelf. Dat maakt een proactieve aanpak onmisbaar.

Timing is alles

Het succes van elke bestrijdingsmethode staat of valt met timing. Jonge larven in het eerste en tweede stadium (L1/L2) zijn kwetsbaar. Zodra ze het derde stadium bereiken, zijn ze nauwelijks nog voldoende te bestrijden — biologisch noch chemisch. De sleutel ligt daarom in het monitoren van de adultvlucht.


Feromoonvallen geven een betrouwbare indicatie van wanneer kevers vliegen en eieren leggen. De tijdlijn verschilt per soort. Bij meikever valt de adultvlucht vanaf eind april tot begin juni, de rozenkever vliegt vanaf half mei en juni en de junikever loopt de vlucht van juni tot later in juli.

Stap 1: preventie en een sterke grasmat

Een vitale, dichte grasmat is de beste eerste verdedigingslijn. Goede drainage en regelmatige aeratie zorgen voor een gezonde wortelzone die schade beter kan opvangen. Vermijd overmatige beregening tijdens de vluchtperiode — kevers zoeken vochtige bodems op voor de eileg. Verticuteren, topdressing en doorzaaien houden de zode gesloten en verminderen de kans dat larven zich ongestoord kunnen ontwikkelen.


Stap 2: biologische bestrijding met nematoden

De inzet van insectenparasitaire nematoden is de eerste keuze bij de bestrijding van engerlingen. Deze aaltjes zoeken actief naar larven in de bodem, dringen ze binnen en doden ze met behulp van een symbiontische bacterie. Voor de toepassing gelden enkele voorwaarden: de bodemtemperatuur moet minimaal 12 °C zijn, de bodem moet vóór en minstens twee weken na behandeling vochtig blijven, en het middel moet worden toegepast bij bewolkt weer of in de avond vanwege de UV-gevoeligheid van de nematoden.


Stap 3: Acelepryn bij aanhoudend hoge druk

Niet altijd volstaat de biologische aanpak. Bij terugkerend hoge populatiedruk of meerdere opeenvolgende seizoenen met onacceptabele schade ondanks nematodentoepassingen — komt Acelepryn in beeld als gerichte preventieve aanvulling binnen het IPM-plan.


Acelepryn onderscheidt zich door zijn selectieve werking. Het middel grijpt specifiek aan op de ryanodinereceptoren van plaaginsecten en is veilig voor niet-doelorganismen: vogels, zoogdieren, vissen en bestuivers worden niet beïnvloed. Eén toepassing per seizoen biedt langdurige bescherming gedurende het volledige kwetsbare larvale stadium. Doordat de larvenpopulatie daalt, neemt ook het foerageergedrag van vogels en dassen af — en daarmee de secundaire zodeschade.

Preventief toepassen: de juiste techniek

Acelepryn is nadrukkelijk een preventief middel. De werkzame stof heeft drie tot vier weken nodig om door de viltlaag naar de wortelzone te migreren. Het moet daarom worden toegepast vóór de ei-uitkomst — wachten tot schade zichtbaar is, is te laat. Bij meikever betekent dat een toepassing in mei-juni, bij junikever in juni-juli.


De toepassingstechniek in het kort:
• Dosering: 0,6 L/ha
• Bodemprofiel vochtig houden na toepassing — dit houdt larven in de bovenste laag waar het middel actief is
• Maximaal één toepassing per jaar


Door deze werkwijze bereikt het middel de larvenzone op het moment dat de jonge larven (L1/L2) actief beginnen te vreten. Tegen het derde larvale stadium is Acelepryn niet meer effectief — daarom is de preventieve timing niet onderhandelbaar.

Wettelijk kader in Nederland

Acelepryn is door het Ctgb toegelaten voor professioneel gebruik op gazon, speelweide, sportveld (inclusief golfterrein) en graszodenteelt. Maar de toelating alleen is niet voldoende: in Nederland geldt een verbod op chemische gewasbescherming op sportvelden en golfbanen, met beperkte uitzonderingen in de Regeling gewasbescherming en biociden (Rgb).


De uitzonderingen zijn strikt afgebakend:
• Meikever- en junikeverlarven op sportvelden (excl. stadionvelden): toegestaan
• Meikever- en junikeverlarven op golfbanen (excl. rough): toegestaan
• Emelten op golfgreens: toegestaan
• Andere engerlingensoorten: niet toegestaan op enig terrein


Correcte determinatie van de keversoort is dus een harde voorwaarde. Daarnaast moet het gebruik onderdeel zijn van een gedocumenteerd IPM-plan, is een geldig bewijs van vakbekwaamheid vereist, en moet de noodzaak aantoonbaar zijn (monitoringresultaten, schadehistorie). De distributie van Acelepryn in Nederland verloopt exclusief via Vos Capelle.

Conclusie

De aanpak van engerlingen draait om drie pijlers: monitoring, timing en determinatie. Biologische bestrijding met nematoden is en blijft de eerste keuze. Maar bij bewezen hoge druk van meikever- of junikeverlarven biedt Acelepryn een selectieve, effectieve en preventieve aanvulling — mits je het toepast vóór de ei-uitkomst, direct beregent.


Meer informatie op de website van Syngenta: www.syngenta.nl/Acelepryn

Vos Capelle
Syngenta Crop Protection ...
LOGIN   met je e-mailadres om te reageren.

REACTIES
Er zijn nog geen reacties.

tip de redactie

Meld je aan voor onze digitale nieuwsbrief.

ONDERDELEN
Archief
Dossiers
Green Industry Profile
Webshop
OVER ONS
Over ons
Duurzaamheid & NWST
Contact
Het team
ADVERTEREN EN ABONNEREN
Fysiek abonnement
Digitaal abonnement
Abonneren nieuwsbrief
Adverteren
Verschijningsdata
MEER
Redactionele spelregels
Algemene voorwaarden
Disclaimer
Privacy
Cookies
ONDERDELEN
OVER ONS
ADVERTEREN EN ABONNEREN
MEER