'We gaan dollarspot niet uitroeien. Het gaat om beheersing en begrip' |
|
|
|
|
 |
| 218 sec |
Vervolgonderzoek naar schimmelziekte in volle gang
Drie jaar lang volgden onderzoekers Arthur Wolleswinkel, Casper Paulussen en Gerard van 't Klooster de ontwikkeling van dollarspot op twaalf Nederlandse golfbanen. De eerste fase is afgerond, maar het onderzoek loopt inmiddels door met vijftien banen. De belangrijkste les tot nu toe: dollarspot laat zich niet sturen met één maatregel of vast stappenplan.
 |
Het praktijkonderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse Golf Federatie en later voortgezet binnen het Kennisplatform. Het Kennisplatform is een samenwerking van DGB, NGA, NVG en NGF om onder andere kennis te delen en goede praktijkonderzoeken te coördineren, met als doel duurzaam golfbaanbeheer een stap verder te brengen. Aanleiding voor het onderzoek was het wegvallen van chemische middelen en de toenemende druk van dollarspot op de speelkwaliteit van greens. 'We hadden simpelweg te weinig praktijkkennis', zegt Arthur Wolleswinkel. 'Veel adviezen waren gebaseerd op aannames of vaste routines.' Samen met Casper Paulussen van Nib ScanPro en Gerard van 't Klooster van turfgrass-consultancy.nl werd gekozen voor een brede, integrale aanpak. Op elke deelnemende baan werden drie greens geselecteerd die drie jaar lang intensief zijn gemonitord. Daarbij werd niet één maatregel getest, maar het totale beheer gevolgd: maaien, bemesten, beluchten, beregenen, rollen, bodemopbouw en timing.
No silver bullet
Een belangrijk punt dat de onderzoekers benadrukken, is dat er geen simpele oplossing bestaat voor dollarspot. 'Er is geen magical solution', zegt Wolleswinkel. 'Die verwachting leefde wel een beetje: dat wij na drie jaar met dé oplossing zouden komen. Maar zo werkt het niet.' Het eerste onderzoek resulteerde in een rapport van bijna 270 pagina's. Dat werd in het voorjaar van 2025 gepresenteerd aan de sector. 'Maar het was geen afronding', zegt Paulussen. 'We zijn ondertussen alweer bezig met fase twee.' Tijdens evaluaties met de deelnemende banen bleek dat alle deelnemers door wilden. 'We hebben drie totaal verschillende jaren gehad', zegt Wolleswinkel. 'Juist dat maakte de data interessant. En het riep nieuwe vragen op.'
|
|
'Je moet dagelijks monitoren en op tijd beslissingen nemen'
| |
|
Thema
Een belangrijk thema in het onderzoek is de rol van de greenkeeper. 'De menselijke factor is heel belangrijk', zegt Wolleswinkel van grass2value.nl. 'Je moet dagelijks monitoren en op tijd beslissingen nemen.' Volgens de onderzoekers is dollarspot niet alleen een technisch probleem, maar ook een organisatorisch probleem. 'Op sommige banen is er ruimte om schade even te laten zien', zegt Wolleswinkel. 'Op andere banen ligt de schadedrempel veel lager. Dan ontstaat er sneller druk vanuit management of baancommissie.' Die druk maakt het lastig om maatregelen uit te stellen of te experimenteren. 'De greenkeeper zit vaak in een spagaat', zegt Paulussen. 'Je weet wat technisch verstandig is, maar dat moment past niet altijd in de praktijk.'
Timing vaak doorslaggevend
Uit de eerste onderzoeksfase blijkt dat timing vaak doorslaggevend is. 'Je kunt een goede maatregel nemen op een verkeerd moment', zegt Wolleswinkel. 'Dan kan het effect juist negatief zijn.' Beluchten is daarvan een duidelijk voorbeeld. In algemene zin is beluchten goed voor de bodem, maar onder bepaalde omstandigheden kan het schimmels activeren. 'Als je dan niet scherp bent op het moment, kan je green juist achteruitgaan', weet Wolleswinkel. De onderzoekers zien dat in de praktijk nog veel wordt gewerkt met vaste onderhoudskalenders. 'Dit doe je in april, dat in het najaar', zegt Paulussen. 'Maar dollarspot houdt zich niet aan de kalender.'
 | | Gerard van 't Klooster |
|
|
 | | Casper Paulussen |
|
|
 | | Arthur Wolleswinkel |
|
|
Bijwerkingen
Het onderzoek laat ook zien dat maatregelen tegen dollarspot bijna altijd bijwerkingen hebben. Nachtelijk beregenen kan de druk van dollarspot verminderen, maar tegelijkertijd andere schimmels activeren, zoals Microdochium of Yellow Tuft. 'Dan moet je afwegen wat erger is', zegt Gerard van 't Klooster. 'Dat maakt beheersing ingewikkeld. Je drukt de ene schimmel weg, maar geeft soms een andere ruimte.' Volgens de onderzoekers is dat geen reden om maatregelen te vermijden, maar wel om ze bewuster in te zetten. 'Je moet weten wat je doet en waarom', zegt Van 't Klooster.
Speelkwaliteit
In de tweede fase van het onderzoek doen vijftien golfbanen mee. Een deel van de oorspronkelijke banen is gebleven, enkele zijn gestopt en er zijn nieuwe banen bijgekomen. Een belangrijk verschil is dat er vooraf duidelijke afspraken zijn gemaakt over chemische gewasbescherming. 'Na de eerste fase zagen we dat sommige banen sneller ingrepen dan andere', zegt Wolleswinkel. 'Dat had te maken met verschillende schadedrempels.' In het vervolgonderzoek hebben de deelnemende banen afgesproken om er alles aan te doen om niet te hoeven spuiten. Alleen als het echt niet anders kan, wordt curatief ingegrepen. 'Maar de baan blijft verantwoordelijk voor de speelkwaliteit', benadrukt Wolleswinkel. 'Dat snappen we heel goed.'
Bodem
In fase twee verschuift de aandacht nadrukkelijker naar de bodem en de greenconstructie. 'We denken dat daar een belangrijke knop zit', zegt Wolleswinkel. Vooral de bovenste centimeters van de green krijgen extra aandacht, inclusief organische stof en het bodemleven. Volgens Van 't Klooster speelt de vitaliteit van de grasplant daarbij een grote rol. 'Als de plant verzwakt is, krijgt een schimmel meer kans. Dan zie je vaak dat meerdere schimmels tegelijk actief worden.' Hoewel het onderzoek in Nederland plaatsvindt, is er veel contact met het buitenland. 'De schimmel stopt niet bij de grens', zegt Van 't Klooster. Er wordt kennis uitgewisseld met onder meer Duitsland en Denemarken, waar vergelijkbare grassoorten en beheer voorkomen. Tegelijk waarschuwen de onderzoekers voor simpele vergelijkingen. Paulussen: 'Klimaat, bodem en beheer verschillen. Je kunt buitenlandse ervaringen niet zomaar kopiëren.' Opvallend is dat er vanuit het buitenland juist interesse is in de Nederlandse aanpak. 'Wij nemen de bodemsituatie expliciet mee', zegt Wolleswinkel. 'Dat gebeurt elders minder.'
|
|
Als greenkeepers begrijpen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt, ontstaat er meer ruimte voor goed beheer
| |
|
De onderzoekers benadrukken dat het project geen einddatum kent. 'We gaan dollarspot niet uitroeien', poneert Wolleswinkel. 'Het gaat om beheersing en begrip.' Volgens Paulussen zit de winst vooral in beter kijken en beter timen. 'Niet harder werken, maar slimmer.' Daarbij is volgens de onderzoekers ook communicatie belangrijk. 'Niet alleen binnen het greenkeepersteam', zegt Wolleswinkel, 'maar ook richting management, baancommissie en spelers. Als die begrijpen waarom bepaalde keuzes worden gemaakt, ontstaat er meer ruimte voor goed beheer.' Het vervolgonderzoek loopt inmiddels. De data en informatie stapelen zich op. 'Met elke meting leren we bij', zegt Paulussen. 'Dat is precies de bedoeling.'
Kennisplatform Golfbranche
Het Kennisplatform Golfbranche is een samenwerking tussen NGA, NGF, NVG en DGB, gericht op duurzaam golfbaanbeheer. Het platform richt zich op drie hoofdthema’s: IPM (geïntegreerde gewasbescherming), waterbeheer en biodiversiteit. Het platform ontwikkelt zelf geen onderzoeken, maar selecteert, beoordeelt en ondersteunt financieel relevante onderzoeken binnen deze thema’s. Op die manier helpt het platform golfbanen om #Levidence-based&L beslissingen te nemen en tegelijkertijd aan te sluiten bij het recent geïntroduceerde duurzaamheidsconvenant van de Golfalliantie.
|
| Koninklijke Nederlandse G... | |
| NGA Nederlandse Greenkeep... | |
| Nib ScanPro Casper Paulus... | |
| |
| LOGIN
met je e-mailadres om te reageren.
|
|
|
| Er zijn nog geen reacties. |
|